Laatste update: 21 februari 2017

Opdrachtnemer wil graag zekerheid over de arbeidsrelatie die hij met zijn opdrachtgever aangaat.

Opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben graag zekerheid over de arbeidsrelatie die ze met elkaar aangaan. Tot 1 mei 2016 kon dit met de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Sinds 1 mei 2016 is deze vervangen door de wet DBA en modelovereenkomsten. Om alle partijen aan de nieuwe manier van werken te laten wennen, geldt een overgangsperiode tot in ieder geval 1 januari 2018. In deze periode krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers geen boetes of naheffingen en gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden. De Belastingdienst zet vol in op voorlichting, communicatie en beoordeling van modelovereenkomsten. Dit doet de Belastingdienst in samenwerking en in contact met vele organisaties in de samenleving.

Door de invoering van de wet DBA en de modelovereenkomsten zijn zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. Dit betekent dat in veel gevallen kritisch naar deze relatie gekeken moet worden. Als een zzp’er (opdrachtnemer) voor een opdrachtgever gaat werken, moeten de zzp’er en zijn opdrachtgever bepalen of er sprake is van loondienst (een dienstbetrekking). In veel gevallen is het duidelijk dat hiervan geen sprake is. In twijfelgevallen kunnen zzp’ers en hun opdrachtgevers een modelovereenkomst gebruiken, maar dat is niet verplicht.

Gebruik van modelovereenkomsten

Lang niet alle zzp’ers hebben een modelovereenkomst nodig. Wanneer duidelijk is dat zij buiten loondienst werken, kunnen zij gewoon aan de slag zonder modelovereenkomst. Wanneer opdrachtgever en opdrachtnemer wel gebruik willen maken van een modelovereenkomst, dan vinden zij op onze website veel algemene en branchespecifieke modelovereenkomsten. Dit biedt een zo goed als dekkend stelsel van modelovereenkomsten.

Dat opdrachtgevers en opdrachtnemers zelf een modelovereenkomst gaan opstellen, is meestal niet nodig. In het geval dat zij dit toch doen, dan kunnen zij de modelovereenkomst aan de Belastingdienst voorleggen. Sinds de zomer hebben wij het proces voor de beoordeling van de modelovereenkomsten verbeterd en de personele capaciteit daarvoor uitgebreid.
Mocht de Belastingdienst een modelovereenkomst niet goedkeuren, dan gaan onze medewerkers in gesprek met de indiener over de intenties die met de overeenkomst zijn gemoeid, en helpen bij het indienen van een passende overeenkomst.

Investeren in communicatie

Het is er de Belastingdienst veel aan gelegen dat alle zzp’ers en opdrachtgevers in Nederland begrijpen wat de wet DBA voor hen betekent. Daarom communiceren wij op vele manieren over de nieuwe werkwijze. Centraal in de communicatie staat de website Belastingdienst.nl. Daarnaast kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers terecht bij de Belastingtelefoon of bij het webcareteam op Twitter. Waar mogelijk wordt  de communicatie, samen met branche- en koepelorganisaties,  verder verbeterd en toegespitst. Via accountteams die in verschillende sectoren acteren, laat de Belastingdienst opdrachtgevers in open gesprekken zien hoe het werken buiten loondienst wel mogelijk is. Ook verstuurt de Belastingdienst een brief aan ZZP’ers.

Video Uitstel handhaving Wet DBA

Geen boetes of naheffingen

In oktober 2016 hebben het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een meldpunt geopend waar opdrachtgevers en opdrachtnemers onbedoelde effecten van de DBA kunnen melden. Die meldingen worden geïnventariseerd en geanalyseerd om vast te stellen wat de knelpunten zijn, waar ze zitten en wat de omvang is. Dit heeft er onder anderen toe geleid dat het kabinet besloten heeft de overgangsperiode die aanvankelijk tot 1 mei 2017 zou lopen, te verlengen tot in ieder geval 1 januari 2018. Tot die tijd is de handhaving opgeschort. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen dus geen boetes of naheffingen. Als de Belastingdienst weer begint met handhaven, wordt dit op tijd en duidelijk aangegeven en dit zal niet met terugwerkende kracht zijn. Het opschorten van de hiervoor genoemde repressieve handhaving geldt niet bij kwaadwillend handelen; het opzettelijk creëren van een situatie van schijnzelfstandigheid, terwijl er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden om beter aan te sluiten op de werkpraktijk.

Onderstaande vragen en antwoorden geven u meer informatie over wat de Belastingdienst doet om de wet DBA te implementeren en de uitvoering er van zo goed mogelijk te laten verlopen.

In het algemeen geldt het advies om bij de overgang van VAR naar de wet DBA een aantal stappen te volgen. Het volgen van deze stappen zorgt ervoor dat opdrachtgevers- en opdrachtnemers meer zekerheid krijgen over de arbeidsrelatie die zij met elkaar aangaan. De stappen zorgen er ook voor dat opdrachtgevers gaan kijken of zij hun huidige arbeidsrelaties wel volgens arbeidswetgeving hebben ingericht.

Bekijk de stappen op Belastingdienst.nl

Op Belastingdienst.nl staan tal van handreikingen om hen van de VAR naar DBA te begeleiden, bijvoorbeeld het zogenoemde stappenplan, de webinars voor opdrachtgevers en opdrachtnemers, antwoorden op de meest gestelde vragen, ook in de vorm van YouTube-filmpjes. Er staat informatie over DBA op sites als Ondernemersplein.nl en Kvk.nl.

Ook wordt door middel van nieuwsberichten op diverse platforms en tweets ingespeeld op vragen en de actualiteit. De Belastingdienst hield in samenwerking met branche- en belangenorganisaties inmiddels meer dan 100 voorlichtingsbijeenkomsten in het land voor opdrachtgevers en opdrachtnemers en stuurde alle 500.000 VAR-houders een brief met informatie over de wijzigingen.

Wij monitoren welke vragen en onzekerheden er leven onder de doelgroep en passen de communicatie hier doorlopend op aan. Ook toetsen wij met door middel van kwalitatief onderzoek of de communicatie voldoende aansluit bij de behoefte van de verschillende doelgroepen. Zo werd de brief aan VAR-houders vooraf getest onder de doelgroep en is de informatie op de website van de Belastingdienst ook getest door een zogenoemde focusgroep.

Wij vinden het belangrijk dat alle zzp’ers en opdrachtgevers in Nederland begrijpen wat de wet DBA voor hen betekent. Een belangrijk onderdeel hierbij is het wegnemen van onzekerheid bij opdrachtgevers. Zij vrezen boetes en naheffingen omdat zij nu mede verantwoordelijk zijn geworden. Daarom moeten zij de arbeidsrelaties die zij met zzp’ers aangaan kritisch onder de loep nemen.

Accountteams voor verschillende sectoren laten opdrachtgevers in open gesprekken zien hoe het werken buiten loondienst wel mogelijk is. Daarnaast voert ook staatssecretaris Wiebes wekelijks gesprekken met branches, koepels en bedrijven over de invoering van de wet.

Voor de communicatie met opdrachtgevers maken wij dus ook gebruik van onder meer de netwerken van brancheorganisaties en branchekoepels. Opdrachtgevers zijn – in tegenstelling tot de opdrachtnemer – niet op individueel niveau bij ons bekend. Daarom benaderen wij hen met behulp van brancheorganisaties en branchekoepels.

De accountteams voor de belangrijkste zzp-sectoren zijn doorlopend in gesprek met de branches om te kijken waar de Belastingdienst kan bijdragen aan het beantwoorden van vragen en het wegnemen van onzekerheid. Die accountteams kunnen bij vragen en knelpunten adequaat, snel en oplossingsgericht de contacten met branchepartijen verzorgen over zowel de inhoud als de implementatie van DBA. Waar in het begin vooral algemene informatie werd gegeven worden de vragen specifieker en leveren wij nu meer maatwerk.

Wij hebben ook een attenderingscampagne gehouden voor opdrachtgevers via directmail, online advertenties, advertorials, twitter en nieuwsberichten met informatie over de veranderingen en de mogelijkheid deel te nemen aan een webinar. Ook is een toolkit DBA voor opdrachtgevers op de website geplaatst. Daarnaast kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers terecht bij de Belastingtelefoon of bij het webcareteam op Twitter.

Inmiddels richten wij ons, samen optrekkend met organisaties die een beoordeelde modelovereenkomst hebben, op het geven van voorlichting aan de gebruikers van die overeenkomsten over de implementatie van DBA en de aandachtspunten bij die implementatie.

Het ministerie van Financiën heeft samen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een meldpunt geopend waar opdrachtgevers en opdrachtnemers melding kunnen doen wanneer zij denken dat de wet DBA onbedoelde effecten heeft. Die meldingen zijn geïnventariseerd en geanalyseerd om vast te stellen wat de knelpunten zijn, waar ze zitten en wat de omvang is. Ook wordt samenwerking gezocht met opdrachtgevers- en opdrachtnemersorganisaties. Dit heeft er onder anderen toe geleid dat is besloten de overgangsperiode die aanvankelijk tot 1 mei 2017 zou lopen, is verlengd tot in ieder geval 1 januari 2018. Tot die tijd is de handhaving opgeschort. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen dus geen boetes of naheffingen, behalve evidente kwaadwillenden.

Er is sprake van kwaadwillendheid als er opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid wordt gecreëerd, terwijl er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel wordt behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier wordt aangetast). De handhaving richt zich nu eerst op de ernstigste gevallen: situaties waarin partijen evident buiten het wettelijk kader treden. Het gaat daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

Indien iemand als kwaadwillend wordt gezien, zal de Belastingdienst met ingang van 1 mei 2017 handhavend optreden. Dit betekent dat de Belastingdienst in geval van kwaadwillendheid correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen kan opleggen.

In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden om beter aansluiten op de werkpraktijk. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Financiën onderzoeken daarom hoe de criteria ‘gezag’ en ‘vrije vervanging’ een concretere of andere invulling kunnen krijgen. Het kabinet heeft aangegeven daar haast mee te willen maken. Het hoopt voor een volgend regeerakkoord met resultaten te komen.

Als onderdeel van de overgang van VAR naar DBA heeft het ministerie van Financiën aanvankelijk een transitieperiode van een jaar, tot 1 mei 2017, ingesteld. In november 2016 heeft het kabinet besloten deze overgangsperiode te verlengen tot in ieder geval 1 januari 2018. Tot die tijd is de handhaving opgeschort. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen dus geen boetes of naheffingen, behalve evidente kwaadwillenden.

Er is sprake van kwaadwillendheid als er opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid wordt gecreëerd, terwijl er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel wordt behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier wordt aangetast). De handhaving richt zich nu eerst op de ernstigste gevallen: situaties waarin partijen evident buiten het wettelijk kader treden. Het gaat daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

Indien iemand als kwaadwillend wordt gezien, zal de Belastingdienst handhavend optreden. Dit betekent dat de Belastingdienst in geval van kwaadwillendheid correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen kan opleggen.

Als de Belastingdienst na 1 januari 2018 wel begint met handhaven, wordt dit op tijd en duidelijk aangegeven en dit zal niet met terugwerkende kracht zijn.

In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden om beter aan te sluiten op de praktijk. Daarnaast staat het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid ervoor open om met verschillende sectoren te praten over de aanpassingen die mogelijk zijn in de Wet werk en zekerheid via cao’s of ministeriele regelingen.

De Belastingdienst blijft ondertussen opdrachtnemers en opdrachtgevers informeren over de wet DBA en de nieuwe werkwijze. De Belastingdienst gaat waar nodig een coachende rol vervullen op de werkvloer. Zo helpt de Belastingdienst opdrachtgevers en opdrachtnemers om duidelijk te krijgen wat wel en niet kan.

Lang niet alle zzp’ers hebben een modelovereenkomst nodig. Wanneer zonneklaar is dat zij buiten loondienst werken, kunnen zij gewoon aan de slag zonder modelovereenkomst. Veel zzp’ers weten immers op voorhand al dat zij niet in loondienst werken omdat er geen sprake is van gezag of de zzp-er niet verplicht is zelf het werk uit te voeren, zoals de stukadoor bij particulieren thuis of een fotograaf die jaarlijks een teamdag van een bedrijf vastlegt. Als niet zeker is of en hoe er sprake is van een loondienst, kan werken volgens een modelovereenkomst zekerheid geven aan beide partijen.

Wanneer opdrachtgever en opdrachtnemer wel gebruik willen maken van een modelovereenkomst, kunnen zij op de website van de Belastingdienst veel verschillende algemene en branchespecifieke modelovereenkomsten vinden. Hiermee is een zo goed als dekkend stelsel van modelovereenkomsten ontstaan. De Belastingdienst heeft dit stelsel in samenwerking met belangenorganisaties opgesteld. Voor bijna elke sector zijn daarmee een of meer modelovereenkomsten beschikbaar. Op de website is ook een register te vinden waarmee gebruikers van overeenkomsten kunnen nagaan of de Belastingdienst een overeenkomst met een bepaald kenmerk heeft goedgekeurd.

Daarnaast zijn er voor een 50 tal diverse sectoren die overeenkomsten hebben voorgelegd die zijn beoordeeld en delen van of functies in een sector dekken, zoals in de zorg, bouw, kunst/cultuur, vervoer en onderwijs. Bij sommige opdrachtgevers is behoefte aan verdere gedetailleerde of meer bedrijfsspecifieke modelovereenkomsten.

In het geval dat opdrachtgever en opdrachtnemer zelf een modelovereenkomst maken dan kunnen zij deze aan de Belastingdienst voorleggen. De beoogde behandeltermijn van ingediende overeenkomsten is zes weken, maar rond de zomer was behandeltermijn van ingediende overeenkomsten opgelopen tot 11 weken. Dit hangt samen met de samenwerking die de Belastingdienst zoekt bij de beoordeling en de zorgvuldigheid waarmee wij dit willen doen. Sinds de zomer heeft de Belastingdienst het proces voor de beoordeling van de modelovereenkomsten verbeterd en de capaciteit verhoogd van 40 naar 60 fte’s. Inmiddels maakt de Belastingdienst bij het indienen van een modelovereenkomst een inschatting van de complexiteit van de overeenkomst. Gaat het om simpele veranderingen, dan kan snel een oordeel over de overeenkomst gegeven worden. Door deze ‘selectie aan de poort’ gaat de gemiddelde duur voor de beoordeling van de modelovereenkomsten omlaag. Meestal is het zelf opstellen van een modelovereenkomst niet nodig omdat er een zo goed als dekkend stelsel van modelovereenkomsten is.

Mocht de Belastingdienst een modelovereenkomst niet goedkeuren, dan gaat de Belastingdienst in gesprek met de indiener over de intenties die met de overeenkomst zijn gemoeid, en helpt bij het indienen van een passende overeenkomst.

Het aantal binnengekomen verzoeken tot beoordeling van modelovereenkomsten was begin november 5809. Het gaat daarbij vooral over bedrijfsspecifieke overeenkomsten. Hiervan zijn 1458 overeenkomsten door de indiende partij afgebroken omdat partijen tot het inzicht komen geen modelovereenkomst nodig te hebben of uit de voeten blijken te kunnen met een algemene of sectorovereenkomst. Het aantal goedgekeurde modelovereenkomsten (waarbij sprake is van zekerheid als conform de overeenkomsten wordt gewerkt) bedraagt 920. Er zijn 1577 overeenkomsten afgekeurd en nog 1993 in behandeling.
De wetgever heeft de wet DBA gemaakt omdat de Belastingdienst met de VAR niet kon handhaven op schijnzekerheid en dat kan met de wet DBA wel. De wet DBA beoogt schijnzekerheid te vermijden en handhaving van de wet mogelijk te maken. De kern is voorkomen van schijnzelfstandigheid in plaats van beboeten.

 

De focus van de handhaving richt zich op de preventieve werking die ontstaat doordat opdrachtgevers ook een belang zullen krijgen bij de juiste fiscale kwalificatie van een arbeidsrelatie. In de handhavingsaanpak gaan de Belastingdienst risicogericht te werk.

 

De DBA herstelt de balans in verantwoordelijkheden tussen opdrachtgevers en zzp’ers. Het risico lag met de VAR alleen bij de zzp’er. Met de DBA zijn beide partijen verantwoordelijk voor naleving van de wet- en regelgeving. Ook bij de opdrachtgever kan nu gehandhaafd worden.